Verpleegkundigen in de oorlog

Afgelopen week herdachten we de oorlogsslachtoffers en vierden we de vrijheid.  Hoe verging het verpleegkundigen eigenlijk tijdens de oorlog?

Ons mooie vakgebied en de harde oorlogswerkelijkheid zijn van oudsher innig met elkaar verbonden. Oorlog brengt gewonden met zich mee en dat dwingt tot professionalisering van de verpleging. Het meest tot de verbeelding spreekt natuurlijk Florence Nightingale. Zij organiseerde met veel succes de verpleging van gewonde Britse soldaten tijdens de Krimoorlog.

Oorlogsvoering werd moderner met mitrailleurs, tanks en vliegtuigen. De verpleging moderniseerde mee. Tijdens de Eerste- en Tweede Wereldoorlog schoten steeds professionelere verpleegopleidingen als paddenstoelen uit de grond. Aan het front, of er vlak achter, waren het kundige vrouwen die met gevaar voor eigen leven de gewonde militairen oplapten. In steden die regelmatig zijn gebombardeerd, zoals Londen, werden ondergrondse ziekenhuizen ingericht waar verpleegkundigen dapper hun werk deden. De maatschappelijke waardering voor deze professionals is een aanjager geweest van emancipatie. Voor het eerst mochten getrouwde vrouwen gewoon aan het werk blijven. Sommige van hen hadden zelfs de rang van officier in het leger gekregen.

Hoe heroïsch de rol van verpleegkundigen ook geweest is tijdens oorlogen, de geschiedenis van ons vakgebied kent ook een pikzwarte episode. In Nazi-Duitsland zijn tussen 1939 en 1945 ruim tweehonderdduizend verstandelijk gehandicapten en psychiatrische patiënten omgebracht. Dit gebeurde voor een aanzienlijk deel gewoon binnen instellingen. De opdracht om patiënten te “euthanaseren” kwam van de arts, maar het waren vaak verpleegkundigen die de uitvoering op zich namen.  Het is echt waar: collega’s van ons voerden een massamoord uit onder hun patiënten. Niet eens zo lang geleden.

Voor verpleegkundigen was het niet verplicht mee te werken aan de massamoord. Sommigen lieten zich dan ook overplaatsen. Toch waren er veel die er voor kozen om hun patiënten om te brengen. Onderzoek wijst uit dat de overgrote meerderheid van deze verpleegkundigen geen fanatieke Nazi’s waren. Dat zij toch meededen aan de massamoord hangt samen met een hoop factoren. De strenge hiërarchie in de instellingen in combinatie met een sterk plichtsbesef. De angst voor repercussies of het verliezen van een baan die vele monden voedde. En, niet te vergeten, velen geloofden oprecht mensen uit het lijden te verlossen.

Geschiedenis is er om van te leren. Ook vandaag de dag wemelt de praktijk van de ethische dilemma’s. Dilemma’s die soms uit het zicht raken door protocollen, richtlijnen of omdat we het altijd al zo doen. Het vastbinden van de handen van dillerante mensen, omdat anders het infuus sneuvelt. Het onder dwang in brengen van een maagsonde. Het reanimeren van kwetsbare hoogbejaarden. Het drogeren van dementerenden. Er zijn talloze handelingen waarvan de juistheid niet per definitie vaststaat. Mijn advies? Blijf dichtbij jezelf en praat over je gevoelens. Als je ergens echt niet achter staat: weiger het te doen, hoe moeilijk dat soms ook is door druk van buitenaf.