Straatroof

Deze tekst verscheen in Het Parool

Een paar jaar terug was ik slachtoffer van een straatroof in Amsterdam. Ik kreeg nabij het spui een kapotgeslagen bierglas in mijn nek gezet, met het niet zo vriendelijke verzoek mijn waardevolle spullen in te leveren. Braaf deed ik wat mij opgedragen werd. Ik kwam er zonder kleerscheuren vanaf. Goddank.

Nog steeds word ik in mijn fantasie regelmatig overvallen. In plaats van volgzaam mijn spullen af te staan schop ik de overvaller in gedachte het ziekenhuis in. Of ik schiet hem door zijn beide knieën met een semiautomatisch wapen. Sommige psychiaters zullen dergelijke fantasieën duiden als symptoom van posttraumatische stress.

Gisteren gebeurde er iets dat soortgelijke emoties in mij losmaakte. Ik deed boodschappen bij de Dirk en fietste stapvoets met een zware tas in mijn hand over het Mercatorplein in de richting van de Hoofdweg. Een agente riep mij na. ‘Meneer, dit is een voetgangersgebied!’  Ach, dat is ook zo. Ik zei ‘sorry’, stapte af en wilde mijn weg vervolgen. De agente hield mij echter staande. ‘Dat wordt een proces verbaal meneer, mag ik uw legitimatiebewijs?’ Ik ontving een boete van 57 euro. Zevenenvijftig euro! Omdat ik stapvoets over het Mercatorplein fietste!

Een waarschuwing had heus effect gesorteerd, een boete van 15 euro had volstaan als wijze les. Zevenenvijftig euro, daarentegen, voelde als een nieuwe overval. Hetzelfde gevoel van onrecht, dezelfde machteloosheid die ik ervoer toen ik een kapot geslagen bierglas in mij nek gedrukt kreeg. Ik kookte van binnen, stond op het punt de jonge agente een flinke mep te geven. Had ik mij niet voorgenomen van me af te bijten in een soortgelijke situatie? Nu stonden er weer twee mensen voor mijn neus, mij van uit het niets geld afhandig te maken.

‘Ik vind 57 euro buitenproportioneel’ zei ik nog redelijk kalm. ‘Moet u maar niet in een voetgangersgebied fietsen’ antwoordde de agente overtuigd van zichzelf. Een matig argument. Stel: een moordenaar wordt gevierendeeld en zijn uit elkaar getrokken lijk hangt een week lang verplicht voor de deur van zijn ouders te rotten. Dat je dan vraagt, ‘is dat nou proportioneel?’ En als antwoord krijgt, ‘had ie maar geen moord moeten plegen’.

En het is allemaal zo opzichtig. De overheid komt geld tekort en daarom zijn verkeersboetes verhoogd. Ik heb nog mazzel dat ik niet ben opgezadeld met een prent van 200 euro. Het heeft iets weg van geïnstitutionaliseerde corruptie. Wat in Mexico op individueel niveau gebeurt, die ene agent die zijn miezerige inkomsten aanvult met onzinboetes, doet ons politiekorps georganiseerd, in dienst van de overheid. Met flitsteams langs de snelweg. Met fietsende agenten, hun bonnenboekje in de aanslag. 

Zevenenvijftig euro. Ik kan er twee keer sushi van bestellen. Het bedrag staat garant voor zeker 100 blikjes Amstel. Weet u? Ik overleef het wel. Ik zal er geen Sashimi minder om eten. Als het moet trakteer ik de hele Hoofdweg op bier. Waar ik van baal is dat mijn woede weer aangewakkerd is. De woede die ontstaan is bij die ene straatroof. De onmacht, het onrecht. Met de politie als vriend heb je in Amsterdam geen top 600 meer nodig.