Sterven als een reis

Sinds het begin der tijden probeert de mens grip te krijgen op de eigen sterfelijkheid. Dat is wonderwel gelukt. Alle culturen hebben verhalen en gebruiken ontwikkeld die op een geloofwaardige wijze vorm en betekenis geven aan het heengaan van een ieder die geboren wordt. Doorgaans wordt de dood voorgesteld als een reis naar een andere, een betere wereld: de Hemel, Nirwana, het Paradijs.

Toen de mens nog jager en verzamelaar was, bezig met het bevechten van zijn plek in de voedselketen, lag de dood continu op de loer. De plotselinge, veelal gewelddadige dood was de meest voorkomende manier van sterven. Dat veranderende met de overgang naar een landbouwsamenleving. Nu werden infectieziekten de belangrijkste doodsoorzaak. Wie de pokken kreeg, zou binnen drie weken overlijden. De verschijnselen waren echter na een dag of tien al overduidelijk. De dood kreeg zodoende een geleidelijk karakter, iets waarop te anticiperen viel. De socioloog Allan Kellehear laat in A social history of dying zien dat deze verschuiving verschillende voordelen met zich meebracht. De stervende kon door de geleidelijke dood de zegeningen voor zijn reis naar de andere wereld nog bij leven ondergaan. Er was nog tijd genoeg om ruzies bij te leggen. Voor de gemeenschap was het enorm belangrijk dat de stervende zelf zijn erfenis kon verdelen. Dat kon conflict, zelfs oorlog voorkomen. Zodoende werd een geleidelijke dood een goede dood. De plotselinge dood kwam als slecht bekend te staan.

Inmiddels leven we in een hoog moderne, verstedelijkte samenleving. Secularisering maakt dat sterven als reis naar een andere wereld voor velen ongeloofwaardig is geworden. De geleidelijke dood heeft zich aan de hand van de geneeskunde echter verder ontwikkeld tot een zeer gecontroleerd proces. Sterven is nu een reis binnen deze wereld. Onze samenleving is zo ingericht dat het lijkt alsof de dood niet bestaat. Omdat mensen zeer geleidelijk en gecontroleerd overlijden, bijvoorbeeld aan kanker of andere progressief chronische ziekten, kunnen wij hen tijdig laten afreizen naar een plaats waar sterven is toegestaan. Het hospice is daar een modern voorbeeld van, net als het verpleeg- of een ziekenhuis.

Op publieke plaatsen, zoals in het winkelcentrum of op het gemeentehuis, is sterven evenwel verboden. Dat wordt aangegeven middels het bordje "AED aanwezig". Wie plotseling sterft in de publieke ruimte wordt gereanimeerd en afgevoerd naar het ziekenhuis. Voor sommigen betekent dit dat het leven wordt gered. De overgrote meerderheid sterft alsnog. De reanimatie, echter, verandert de slechte, plotselinge dood in een geleidelijk, sociaal wenselijk stervensproces. Soms wordt de plotselinge dood slechts met een half uurtje verlengd, maar dat is tijd genoeg om het slachtoffer te vervoeren naar een plek waar sterven is toegestaan. De publieke ruimte is zodoende beschermd tegen de dood. We geloven misschien niet meer en masse in een reis naar de andere wereld, maar reanimatie hebben we heilig verklaard.