Rijp voor de psychiater

Sandra Kleefsta maakte zich er vorige maand nogal druk over in haar column: de passiviteit van de verpleegkundige beroepsgroep. De gemiddelde verpleegkundige kijkt liever naar Grey’s Anatomy dan dat ze iets doet aan de hoge werkdruk en uitgeklede patiëntenzorg. Al jaren pleit Sandra voor een stevige vuist op tafel, maar nooit gebeurt er wat.

Zelf breek ik er ook al enige tijd het hoofd over. In het ziekenhuis is de verpleegkundige beroepsgroep het grootst van allemaal, maar iets in de melk te brokkelen? Verrassend weinig. Er zijn afdelingen in Nederland waar de werkdruk gevaarlijk hoog is, maar gezamenlijk opstaan tegen de beslissers binnen de instelling lukt verpleegkundigen niet. Er wordt geklaagd in het kleedhok en tijdens de koffie, maar collectieve actie blijft uit. Hetzelfde zien we als er onderhandeld wordt over de CAO. Eens stevig opkomen voor de eigen belangen, zoals vuilnismannen in Amsterdam dat zo goed kunnen, ik heb het verpleegkundigen nog nooit zien doen.

Zelf zocht ik de antwoorden tot voor kort in de cultuur van het verpleegkundig vakgebied. Wie zichzelf  de hele dag wegcijfert voor zieke mensen moet niet verwachten dat de eigen positie daar sterker van wordt. Dat compleet negeren van het eigen belang was tijdens de Middeleeuwen wellicht statusverheffend, tegenwoordig is het vooral een zwaktebod. Kijk eens in de thuiszorg, die deels wordt opgeheven. Ik zie dan een zorgmevrouw op het journaal vertellen dat het vooral erg is voor haar cliënten. Nee trut! Je bent je baan kwijt! Ik zou zo’n mens het liefst eens flink door elkaar schudden.

Ook de hang naar orde, rust en regelmaat heb ik lang als oorzaak gezien voor verpleegkundige machteloosheid. Wie meer grip op de zaak wil, meer autonomie, zal dat afhandig moeten maken van anderen. Van managers en artsen, en dat kan natuurlijk gepaard gaan met spanning en conflict, omdat managers en artsen andere belangen hebben. Dat komt de orde, rust en regelmaat natuurlijk niet ten goede. Zo zitten verpleegkundigen gezellig gevangen in de eigen cultuur. Althans, dat dacht ik, tot ik vorige maand het artikel ‘Verplegen op een lege batterij’ in Nursing las, dat ging over het hoge risico op burn-out.

In het artikel wordt een onderzoek aangehaald waaruit blijkt dat een neurotische persoonlijkheid vaak voorkomt onder verpleegkundigen. ‘Mensen met dit type persoonlijkheid vertonen onderdanig gedrag en zullen in een conflictsituatie geneigd zijn zich terug te trekken’ aldus de onderzoekers. ‘Ze zijn zwaarmoedig, terughoudend en hebben een gebrek aan zelfvertrouwen. Ze werken gezamenlijke oplossingen het liefst tegen.’

Vandaar dat het dus nooit lukt om de werkdruk collectief aan te pakken. En daarom zeggen we nooit eens ‘nee’ tegen de dokter als hij voor de zoveelste keer een vochtbalans wil waar een dag later niemand in geïnteresseerd is. Het heeft niets met cultuur te maken, we zijn gewoon hartstikke gestoord met z’n allen. Rijp voor de psychiater. Ik stel daarom voor dat we collectief in behandeling gaan. Maar zou het lukken gezamenlijk een datum te prikken voor een intakegesprek? Ik heb er een hard hoofd in.