mooie woorden

Om zes uur ’s ochtends worden de patiënten door de nachtdienst wakker gemaakt. Bij sommigen wordt de katheterzak geleegd en intraveneuze medicatie toegediend. Bij de suikerpatiënten staat de nuchtere glucosemeting op het programma. Wie geen diabetes of lijnen heeft is toch de pineut. Bij hen worden de controles vast gedaan. De artsen lopen vroeg visite waardoor de dagdienst er na de overdracht geen tijd meer voor heeft. Er zijn patiënten die, eenmaal wakker, om een kopje koffie vragen, maar als je daar aan begint wil iedereen koffie en er moet ook nog gerapporteerd worden. Om acht uur wordt het ontbijt geserveerd. Tijdens de artsenvisite lopen er zeven witte jassen het kamertje van mevrouw Keizer binnen. De oude dame ligt er al een week met een slecht genezende beenwond. Ze is klein maar door het hoge bezoek lijkt ze nog kleiner. ‘Mogen we even kijken?’, vraagt de zaalarts. Zonder het antwoord af te wachten slaat hij de deken terug. Met een schaar knipt hij het verband los. Nu buigen zeven witte jassen zich over het aangedane been, dat nog steeds dik en vurig ziet. Ze smoezelen wat onder elkaar, lijken niet tevreden. De zaalarts vraagt fluisterend aan de verpleegkundige of ze wel consequent de elastische kous draagt. ‘Nee’, antwoord deze, ‘het doet haar pijn, daarom doet ze hem vaak al ’s middags af.’ De zaalarts zucht geïrriteerd. ‘Ze moet hem echt dragen, anders wordt ’t niks.’ Dan draait hij zich om. ‘Mevrouw Keizer, u moet echt de elastische kous dragen, het is belangrijk voor de genezing.’ Mevrouw Keizer knikt gelaten. De stoet verplaatst zich naar de gang. ’s Middags, zo tegen tweeën, komt een jonge verpleegkundige de overdrachtsruimte binnen. ‘Ongelofelijk’, zegt ze verontwaardigd. ‘Meneer Borst wil gewassen worden. Ik heb het hem vanochtend tot drie keer toe aangeboden. Nu begin ik er niet meer aan hoor, het is hier geen hotel!’ Mevrouw Vermaelen kijkt in de patiëntenkamer naar de tv. Het is half elf ’s avonds. Het liefst zou ze daar nog even blijven. De avonddienst twijfelt. Ze moet met twee mensen naar bed worden geholpen en de nachtdienst stelt het niet op  prijs als mevrouw nog opzit. ‘Vindt u het heel erg als ik u toch naar bed breng?’   Beneden bij de hoofdingang hangt een groot plakkaat waarop in sierletters de visie van het ziekenhuis uiteen wordt gezet. Het komt er op neer dat de patiënt centraal staat.