Loodzwaar

Meneer de Graaf heeft een dijk van een CVA doorgemaakt. De oude man ligt er bij als een uitgetelde boxer. De rechter kant van zijn grote lijf is veranderd in een zware, slappe vaatdoek. Erger nog is de gemengde afasie, die praten onmogelijk maakt en er ook voor zorgt dat hij geen taal meer kan begrijpen. Hij kijkt verbaasd om zich heen en hapt van de havermoutpap als je een lepel naar zijn mond brengt. Verder slaapt hij vooral, zoals veel patiënten doen in de eerste weken na een flinke beroerte.

Ik vind het loodzwaar om voor meneer de Graaf te zorgen, en dat bedoel ik niet in de fysieke zin van het woord. Meneer de Graaf wordt volledig behandeld. Hij krijgt intraveneuze antibiotica voor zijn longontsteking en kalium om zijn elektrolyten op orde te brengen. Als hij te weinig eet, en daar lijkt het wel op, is het de bedoeling dat ik een maagsonde bij hem inbreng. Stel dat het echt mis gaat, een hart- of ademhalingsstilstand, dan dien ik alles uit de kast te trekken.

Een behandeling suggereert perspectief, maar wat houdt dat in? Stel dat hij deze fase doorkomt en stabiliseert, dan zal hij naar een verpleeghuis gaan. Daar wordt zijn zware lijf elke dag door twee overwerkte verzorgenden uit bed getakeld en in een kantelrolstoel geplaatst. Ergens in een hoekje van de huiskamer zal hij de dag doorbrengen. Eenzaam voor zich uitkijkend, want praten of woorden verstaan, dat gaat niet meer. Misschien dat een vrijwilliger af en toe bij hem komt zitten om zijn hand vast te houden. Wellicht heeft hij uitzicht op een boom waarin de wind met de bladeren speelt. Natuurlijk komt zijn zoon op visite. Eerst drie keer in de week, maar na verloop van tijd zakt die frequentie af. Echt gezellig is het niet meer met pa.

Meneer de Graaf verslikt zich snel. In het verpleeghuis zal hij onherroepelijk een nieuwe longontsteking ontwikkelingen. Wellicht dat die nog behandeld wordt, hij is daar dan immers pas kort, maar de daarop volgende zal als een kans worden gezien om definitief uit het leven te stappen. Ook door zijn zoon, die nu in het ziekenhuis nog elke avond aan het bed van zijn vader zit en van behandelbeperkingen niets wil weten.

De huidige, ongelimiteerde behandeling is een eerbetoon aan een geliefde vader. Dat begrijp ik. Tegelijkertijd is het de invulling van de ontkenningsfase in het rouwproces. Als de oude meneer de Graaf uiteindelijk sterft kunnen we zeggen dat we er alles aan hebben gedaan. Dat is best wat waard. Aan de nabestaanden heeft het niet gelegen. Toch vind ik het loodzwaar. Ik zal wel aan vakantie toe zijn.