Er is nog iets dat ik met u wil bespreken

Na een palliatieve chemokuur op de dagbehandeling is mevrouw Simons opgenomen met koorts, misselijkheid en aanhoudende diaree. Ze is flink ziek. Het beschuitje met jam dat ik ’s ochtends vroeg voor haar smeerde staat, net als de thee, onaangeroerd op het uitklaptafeltje. Desondanks weet ze aandacht op te brengen voor Esther Yang. De jonge zaalarts licht tijdens de visite geduldig toe welke onderzoeken nog op het programma staan.

Mevrouw Simons heeft geen vragen en zakt vermoeid terug in de kussens. Esther lijkt op te staan, maar ze bedenkt zich en gaat weer zitten. ‘Mevrouw Simons’, zegt ze op serieuze toon, ‘er is nog iets dat ik met u wil bespreken’. Ik zie Esther zoeken naar de juiste formulering. Dan steekt ze van wal.

‘Voor iedereen die wordt opgenomen in het ziekenhuis spreken we af wat we doen als het niet goed gaat: als mensen nog zieker worden, of een hartstilstand krijgen. Is het wenselijk te reanimeren? Is het verstandig nog naar de intensive care te gaan? Omdat ik dergelijke zaken ook voor u moet vastleggen wil ik vragen hoe u daar tegenaan kijkt.’

Mevrouw Simons kijkt de zaalarts met angstige ogen aan. ‘Het is niet zo dat ik denk dat u tijdens deze opname een hartstilstand zult krijgen’, zegt Esther in een poging de beladenheid weg te nemen, ‘Ik vraag het al mijn patiënten.’ Echt helpen doet het niet. Er wellen tranen op in de ogen van mevrouw Simons. ‘Ik wil zo graag leven dokter’, snikt ze, ‘ik wil mijn kleinkinderen zien opgroeien. Ik weet dat ik ernstig ziek ben, maar ik wil nog niet dood, nu nog niet.’

Reanimatie, het blijft een moeilijk thema om te bespreken. Vroeger gebeurde dat praktisch nooit. De wenselijkheid van reanimatie werd stilzwijgend aangenomen door de behandeld arts. Dat er steeds vaker wél met patiënten over gesproken wordt is vooruitgang. Toch is ook de huidige praktijk voor verbetering vatbaar.
Wanneer mensen, zoals mevrouw Simons, in een palliatief traject terecht komen, zijn er doorgaans perioden zonder acuut ziek zijn. Juist die fases zijn mijns inziens geschikt voor het bespreken van het lastige reanimatievraagstuk. In alle rust kunnen voor- en nadelen tegen elkaar worden afgewogen. Het vergt moed van zowel arts als patiënt om de toekomst met open vizier tegoed te treden, dat besef ik mij terdege. Maar het alternatief blijkt problematisch: een gesprek met een acuut zieke patiënt over een thema dat angst inboezemt. KWF kankerbestrijding heeft een folder voor mensen die weten dat ze niet meer zullen genezen. Ik zou graag zien dat het reanimatievraagstuk daarin opgenomen wordt. Op die manier kunnen mensen enigszins aan het denken worden gezet over een thema dat hoe dan ook ooit aan de orde zal komen.

‘Pfff’ zegt Esther Yang als we even later op de gang staan. ‘Wat is zo’n gesprek toch heftig.’ Ze heeft met mevrouw Simons afgesproken geen beperkingen vast te leggen. Als de situatie verandert en reanimatie niet langer kansrijk is zou ze daar weer over komen praten. ‘U bent een lieve dokter’ had mevrouw Simons nog gezegd toen we haar kamer verlieten. Een juiste inschatting, als je het mij vraagt.