Emancipatie vereist kennis

Verdere emancipatie van de verpleegkundige beroepsgroep vereist een hoog basisniveau. Het is daarom jammer dat de opleidingen het laten afweten.

Op de gang zie ik Jort en Jacqueline in gesprek met elkaar. Jort heeft bij mevrouw Lemmer de morfinepomp opgehoogd van twee naar stand drie. De patiënte voelt zich stukken beter, maar haar bloeddruk is gedaald naar 90/50. Op zich geen probleem, alleen moet Jort mevrouw Lemmer straks volgens de medicatielijst 20 mg Lisinopril geven en dat lijkt hem toch niet zo verstandig. ‘Goed punt’, zegt Jacqueline, ‘even geen antihypertensiva. Verder nog dingen?’ Jort antwoord dat Movicolon hem verstandig lijkt. ‘Mevrouw mobiliseert immers moeizaam, in combinatie met de morfine gaat dat problemen geven.’ Ook dit vindt Jacqueline een prima idee.

Wanneer ik zo’n gesprek opvang geniet ik: een arts en verpleegkundige die als gelijkwaardige professionals in gesprek zijn met elkaar over het welzijn van de patiënt. En het is niet alleen mevrouw Lemmer die daar baat bij heeft. Jacqueline heeft het als arts-assistent al druk genoeg, voor haar is het heel fijn dat er verpleegkundigen zijn op wie ze kan bouwen. Jort, op zijn beurt, heeft door zijn kennis grip op de situatie van mevrouw Lemmer. Hij zal straks aan het einde van zijn dienst met een tevreden gevoel naar huis gaan.

Naast een uiting van goede zorg, zijn dit soort situaties het fundament onder de verdere emancipatie van de verpleging. Wederzijds vertrouwen maakt dat verpleegkundigen meer regie kunnen nemen over de gang van zaken. Kan de afdeling nog een opname hebben? Is mevrouw Lemmer al klaar voor ontslag? Is het wel verstandig om de oude meneer Janssen nog een antibioticakuur aan te doen? Het is de bedoeling dat verpleegkundigen meer en meer een vinger in de pap krijgen.

Een belangrijke voorwaarde voor deze ontwikkeling is kennis. Verpleegkundigen zullen met verstand van zaken voor de dag moeten komen, anders worden ze – volkomen terecht - niet serieus genomen door medici en bestuurders. Dat betekent dat er een stevige opleiding nodig is, met hoge eisen. En daar wringt momenteel de schoen.

Quinten Manuel schreef vorige week dat hij in zijn opleiding nauwelijks medicijnleer heeft gekregen. Dat was voor zowel MBO’ers als HBO’ers een feest der herkenning. Ik werd zeer verdrietig van de tientallen reacties. Hoe kun je als verpleegkundige goed functioneren zonder kennis van farmacologie?

Je zou verwachten dat opleidingen met het schaamrood op de kaken beterschap beloven, maar niets is minder waar. Woordvoerder Marije Hulzenbos van de MBO Raad stelde doodleuk dat het vrijwel onmogelijk is om in algemene zin medicijn leer te geven. Grotere onzin heb ik zelden gehoord. Ik hoop van harte dat V&VN, de politiek en de onderwijsinspectie de opleidingen het mes op de keel zetten. De opdracht lijkt me simpel: minder reflectieverslagen, meer kennisoverdracht. Anders is het snel gedaan met de gewenste emancipatie van ons mooie beroep.