Een beetje interesse

Op het eerste bed ligt meneer Lochtenberg. Hij is treinmachinist. Zijn favoriete locomotief om te besturen is de 1600, maar het mooist is toch de Hondekop, de klassieke intercity die al jaren van het spoor is verdwenen. Naast hem ligt meneer Gerrits. Hij is assistent-trainer bij een grote voetbalclub in Noord-Holland. Hij kijkt niet blij. Deels omdat hij ietwat misselijk uit de operatie is gekomen, maar toch vooral omdat zijn team vanavond speelt en inmiddels tegen een onoverbrugbare achterstand aankijkt. Op het vierde bed, tegenover meneer Lochtenberg, ligt de oude mevrouw van Doorn. Ze zat vroeger bij het Leger des Heils en werkte bij de daklozenopvang. Toch is ze nooit een echte heilsoldaat geworden. Daarvoor hield ze teveel van goede wijn.

Het is makkelijk zorgen voor mensen op wie je gesteld bent. Dat trucje pikte ik al op toen ik lang geleden in het verpleeghuis werkte. Op school leerden we destijds vooral over het belang van beroepsmatige afstand. Ik vond dat helemaal niks. Ik wilde juist vrienden worden met de mensen voor wie ik langdurig moest zorgen, dat scheelde een hoop energie en was bovendien een stuk gezelliger.

Tegenwoordig zorg ik slechts één dag voor mijn patiënten, bij uitzondering zijn het er twee. Dan nog wil ik graag de mens achter de aandoening leren kennen. Hoe meer ik weet van de patiënt, hoe sympathieker hij doorgaans wordt, hoe makkelijker het is om voor hem te zorgen. Een beetje interesse tonen kan echt wonderen doen. 

Patiënten leven op wanneer je ze aanspreekt op een rol buiten hun ziekte om. Even zijn ze geen patiënt meer, maar voetbaltrainer, machinist of vrijwilliger bij de daklozenopvang. Ziek zijn gaat gepaard met kwetsbaarheid. Vertellen over je eigen deskundigheid of voorliefde brengt juist een heel ander gevoel naar boven. Het is zo waardevol als je mensen door een paar simpele vragen even mee kan nemen naar een andere wereld. En je wint er meestal een hoop vertrouwen mee.

Eerlijk? Het tonen van interesse is ook een vorm van zelfbescherming. Door alle zorgpaden, protocollen en kwaliteitsindicatoren binnen de hectische ziekenhuiscontext, loop ik een reëel risico te veranderen in een menselijke robot. Een robot die zijn patiënten nog slechts ziet als een optelsom van af te vinken handelingen. Door de mens achter de patiënt te zien, blijf ik zelf ook mens. Zo eenvoudig is het. We hebben allemaal het ervaringsverhaal van Mark de Jong gelezen. Hoe verpleegkundigen zonder contact te maken met de patiënt hun to-do lijstjes afwerken. Ik wil kosten wat het kost voorkomen dat ik verword tot een dergelijke verpleegkundige.

Mevrouw Tichelaar wordt opgenomen. Ik leg haar op het derde bed, tegenover de voetbaltrainer wiens elftal eindelijk een eretreffer heeft gemaakt. Morgen wordt ze geopereerd aan een darmtumor. Ik start het zorgpad in het dossier en doe vast controles. Onderwijl leer ik dat mevrouw Tichelaar aan handlezen doet. Ze heeft zelfs een goed lopende praktijk. Straks, als ik de medicijnen heb gedeeld, wil ze best even naar de lijnen in mijn hand kijken.