De nachtmerrie van mevrouw van Dijk

Op het uitklaptafeltje van mevrouw van Dijk staan vla, yoghurt, een kop thee, een glas water en een bakje met zeker tien pillen. Marjan, eerstejaars leerling, heeft mij erbij geroepen. Ze kreeg mevrouw van Dijk niet wakker, ondanks verwoede pogingen. Ik kijk naar mevrouw van Dijk. Ze lijkt ver weg. Haar ogenleden trillen. Wie niet beter weet zou denken dat ze in een spannende droom verzeild is geraakt. Maar ze droomt niet, integendeel zelfs. Mevrouw van Dijk beleeft de wakkere nachtmerrie die Parkinson heet. 

Samen met Marjan help ik mevrouw van Dijk voorzichtig in zithouding. ‘Dat gaat toch nooit lukken’, verzucht Marjan terwijl ze naar de pap en de pillen kijkt. ‘Nu niet’, antwoord ik, ‘maar straks waarschijnlijk wel’. Ik vis de Madopar, waarin de stof levodopa is verwerkt, uit het medicijnbakje en leg het op een theelepeltje met vla. Met veel pijn en moeite lukt het mevrouw van Dijk haar mond een klein beetje te openen en de pil door te slikken. ‘Nu moeten we geduld hebben.’

De eerste keer dat ik met de wonderlijke werking van levodopa in aanraking kwam was bij het zien van Awakenings. De aangrijpende film vertelt het verhaal van Dr. Malcom Sayer die in 1969 in een verpleeghuis aan de slag gaat waar mensen met encephalitis lethargica verblijven. Door een ernstig tekort aan dopamine verkeren alle patiënten in een rigide staat, net als mensen met gevorderde Parkinson. Zo ook Leonard lowe, die gespeeld wordt door Robert de Nero. Sayer gaat experimenteren met levodopa en weet Lowe te ontwaken uit zijn toestand. Door het medicijn verandert hij in een levenslustige man die alles wil wat vanzelfsprekend is voor normale mensen. lowe wordt zelfs verliefd! Het aangrijpende aan de film is dat levodopa geen wondermiddel blijkt. Het werkt slechts tijdelijk en de bijwerkingen zijn zeer ernstig. Lowe verliest de controle over zijn bewegingen, krijgt hallucinaties, wordt agressief en zakt uiteindelijk weer terug in zijn rigide staat.

Een uur later staan Marjan en ik weer aan het bed van mevrouw van Dijk. ‘Goede morgen’, zegt ze zachtjes. Ondanks de onwillekeurige bewegingen weet ze de lepel met yoghurt naar haar mond te brengen. De vla heeft ze inmiddels op, al is een gedeelte op de lakens beland. ‘Ongelofelijk’, zegt Marjan, ‘hoe kan dat nou?’ Terwijl we schoon beddengoed pakken leg ik haar de werking van levodopa uit. Dat het geen wondermiddel is blijkt al snel. 

Na het wassen helpen we mevrouw van Dijk in de stoel naast het bed. Ondanks dat we alle stappen heel geleidelijk nemen gaat het niet goed. Ze trekt bleek weg en wordt zo slap als een vaatdoek. Er rest ons weinig anders mevrouw van Dijk snel weer in bed te leggen.

Tijdens de visite bespreken we onze bevindingen met de neuroloog. ‘Orthostatische hypotensie’ zegt hij, ‘een veel voorkomend probleem bij Madopargebruik’. Even later lopen we met z’n drieën naar mevrouw van Dijk. Ze lijkt ver heen. Haar oogleden trillen alsof ze in een spannende droom verzeild is geraakt.