Carrière in de zorg

Het is een bekend gegeven in de verpleging: wie carrière maakt verdwijnt van het bed. Persoonlijk vind ik dat niet iets om trots op te zijn. De meest getalenteerde juristen staan immers gewoon voor de rechtbank hun pleidooi te houden, die zitten niet in een kantoor zonder toga. Artsen denken er doorgaans niet aan de patiëntenzorg te laten voor wat het is, ook niet als ze bovenaan de ladder staan. De voorzitter van de raad van bestuur van het AMC, Marcel Levi, ziet nog elke week zijn patienten op de poli. Bij McDonald’s is het gewoon beleid: de manager bevindt zich op de werkvloer en draagt zijn uitvoerende steentje bij als dat nodig is. Zelfs de filiaalmanager is prima in staat om een Big Mac te maken of een kassa te draaien. In de verpleging is het helaas anders. De kleinste stap omhoog is vaak al voldoende reden om het uniform aan de wilgen te hangen en achter een bureau plaats te nemen. Ik had een collega die uitstekend functioneerde. Goed overzicht, netjes, accuraat, prima in de communicatie met patienten. Zij was een voorbeeld voor de leerlingen en bracht rust op de afdeling. Tegenwoordig is ze teamleidster op een andere afdeling geworden. Ik kom haar wel eens tegen in de gang. Ze draagt geen uniform meer en zit vooral op kantoor, ver van de afdeling. Het is zelfs zo dat senior verpleegkundigen veelal zonder uniform in een kantoor zitten. Ze doen er vast belangrijke dingen: de bezetting regelen, de voorraad in de gaten houden, maar het stoort mij wel. De teamleider staat al helemaal nooit meer aan het bed en het afdelingshoofd zie ik praktisch nooit. Ik heb binnenkort een functioneringsgesprek met haar, maar wat weet zij nu van mijn functioneren? Ik begin hierover omdat alle leidinggevenden van een ziekenhuis waar ik regelmatig werk, naar een cursus  “inspirerend leiderschap” zijn gestuurd. Kennelijk vindt de directie dat de leidinggevenden te weinig inspirerend zijn. Ik ben het met de directie eens, maar vind een cursus overbodig. Het is namelijk heel simpel. Inspirerend zijn leidinggevenden die het goede voorbeeld geven. Toen ik vroeger in de vakantie bij McDonald’s werkte vond ik de filiaalmanager een held: hij hielp mij in drukke tijden bij het bereiden van de hamburgers. Leidinggevende verpleegkundigen kunnen ook held zijn: draag met trots het uniform en wees een voorbeeld daar waar het nodig is: aan het bed.