Gaat het wel goed met collega Tromp?

In de zaak Tuitjenhorn gaat het vooral over de dosering morfine en midazolam die huisarts Nico Tromp toediende aan zijn terminaal zieke patiënt. Sommige artsen zeggen dat ze precies zo zouden handelen. Anderen vinden weldegelijk dat Tromp qua dosering een grens overschreed.

Zelf vind ik de dosering niet het meest interessant, ik ben meer gefascineerd door het gedrag van de arts rondom de gift. De coassistent verklaarde dat Tromp 1000 mg morfine subcutaan inspoot. Kritische vragen van de wijkverpleegkundige pareerde hij met een leugen: hij zei slechts 50 mg te geven, en dat de morfine was aangelengd met water.

Na de medicatiegift vertrok de huisarts op stel en sprong naar een volgende patiënt en deed enigszins macho tegen de coassistent. ‘Wedden dat ze binnen vijf minuten bellen dat hij overleden is?’ Toen het telefoontje daadwerkelijk kwam wilde hij een high five van de jonge co.    

We weten allemaal hoe het verder is verlopen: de coassistent stapte naar haar opleider bij het AMC, het AMC nam contact op met de IGZ en de inspectie belde het Openbaar Ministerie. Een plotselinge nachtelijke huiszoeking, de verdenking van een levensdelict, het idee nooit meer het vak uit te mogen oefenen. Nico Tromp kon het niet aan. Hij liet zich opnemen in een psychiatrisch ziekenhuis, maar dat belette hem niet alsnog zelfmoord te plegen.

Gisteren werd een onafhankelijk onderzoek gepresenteerd. Hebben het AMC, de IGZ en het OM zorgvuldig gehandeld? De onafhankelijke commissie onder leiding van oud vice president van de Hoge Raad mr. C.J.G. Bleichrodt, vindt van wel. Ik ben een andere mening toegedaan.

Toen de coassistent aanklopte bij haar opleider met verontrustende ervaringen, had deze arts de juiste vragen moeten stellen. Volgens de coassistente maakte de stervende patiënt een redelijke indruk: hij ademde rustig en kon nog aangeven waar hij pijn had. Nergens blijkt dat de AMC opleider twijfelt aan die interpretatie. Het impulsieve handelen van Tromp doet echter aan een meer acuut of ondragelijk beeld denken, aan dreigende verstikking bijvoorbeeld. Wat was precies de klinische toestand van de patiënt? Was de coassistent werkelijk in staat dat goed te beoordelen? Over deze vraag had het AMC met huisarts Tromp moeten overleggen. Dat liet het na om de anonimiteit van de coassistent te waarborgen.

Over het gedrag van Tromp rondom de gift morfine heb ik allerlei kwalificaties gelezen, maar in plaats van een oordeel verdiende dit gedrag bevraging. Hoe kan het dat een gerenommeerd huisarts, waar het AMC al jarenlang mee samenwerkt, plots zo vreemd doet? Maakt het niet een ietwat verwarde indruk?
Impulsief 1000 mg morfine toedienen, liegen over de dosering tegen de wijkverpleegkundige, vervolgens snel vertrekken, dan de high five. Natuurlijk, vanuit een tuchtrechterlijk perspectief doet het in alles denken aan slecht hulpverlenerschap, maar de belangrijkste vraag die het AMC had moeten stellen is: gaat het wel goed met collega Tromp? Een bezorgd telefoontje naar de huisarts in kwestie was wel zo netjes geweest, maar in plaats daarvan werd de inspectie gebeld. De inspectie had zich dezelfde vragen kunnen stellen: Wat was precies de conditie van de patiënt? Waarom doet een gerespecteerde huisarts zulke wonderlijke dingen? Ze namen echter geen contact op met de dorpsdokter, maar wel met het OM.

Nico Tromp bleef in het ongewisse over de gebeurtenissen tot de politie zijn huis kwam doorzoeken. Nu is hij dood. Het AMC, de inspectie en het OM wassen hun handen in onschuld. Ze hebben zorgvuldig gehandeld.

Wat zorgvuldig was geweest? Een telefoontje naar dokter Tromp met de vraag wat er nu precies gebeurd was, en of het wel goed met hem ging.

Dit verhaal gaat nog een staartje krijgen.